Costa Rica, Nicaragua en Panama

november 2009

11-11-2009, dag 1:

Een reisdag van Amsterdam (Schiphol) naar Houston, Texas. We vlogen met Continental Airlines. Een directe vlucht was helaas niet mogelijk, dus vlogen we via de Verenigde Staten.
De vlucht duurde ongeveer 10 uur en was goed vol te houden dankzij een entertainmentschermpje bij de stoel. Je kon films kijken, muziek luisteren of een spelletje spelen.
Het weer in Houston was al een stuk beter dan in Nederland. Zonnig en zo’n 24 graden Celsius.

Na een paar uur wachten hadden we een aansluitende vlucht richting San José, de hoofdstad van Costa Rica. De tweede vlucht duurde ongeveer 3 uur.

Zonder problemen zijn we in San José aangekomen. Volgens onze reisleidster, die we op de luchthaven hadden ontmoet, is San José te vergelijken met Amsterdam. Zelf dachten we meer aan Parijs, gezien het hoge aantal zwervers, zo laat op straat.

In sommige straten liepen vriendelijke, keurig opgemaakte dames op het trottoir. Dit bleken echter geen dames te zijn en de vriendelijkheid was alleen maar om klanten binnen te halen.

Zoals gezegd, kwamen we in de avond, lokale tijd, aan. Ondertussen waren we al een dag op, want slapen in het vliegtuig valt niet mee te rekenen als echte slaap. De hele groep bestond uit tien mensen en iedereen was vermoeid van het reizen. Op de eerste avond hadden we dus nog niet echt kennisgemaakt, alleen elkaar even voorgesteld.

Het eerste hotel (Rincon de San José) lag op zo’n 25 minuten rijden van het vliegveld, in een betere wijk van San José. Dit betekende echter nog wel hekwerken voor de ramen en een aparte, metalen deur voor de voordeur. We hadden een kamer direct op de hoek. De kamer had een gebogen buitengevel en was redelijk ruim (vier bedden) en netjes onderhouden.

Alvorens te gaan slapen, kregen we te horen, dat we de volgende dag eerst zouden gaan pinnen (collones of dollars) en daarna naar de Irazu-vulkaan zouden gaan.

Nog een aantal wetenswaardigheden van de eerste dag:

  1. 550 colon = 1 dollar (USD);
  2. Water uit de kraan is drinkbaar (in Nicaragua en Panama niet!);
  3. Gooi geen WC-papier in het toilet (er staat een aparte afvalbak);
  4. Costa Rica kent vele microklimaten en daardoor verschillende weersverwachting binnen het land;
  5. Elektriciteit is vergelijkbaar met de VS (2 platte stekkers, 110 volt, ook in Nicaragua en Panama);
  6. Een dagelijkse standaarduitrusting is aan te raden, in de vorm van een rugzak met: water, regenjas, zonnebrand, anti-muggenspray. Daarnaast is goed schoeisel aan te raden.

12-11-2009 ,dag 2:

Wakker worden met een natuurlijke ‘wake-up-light’. Dat klinkt heel bijzonder, maar we kwamen tot de conclusie, dat de gordijnen niet zo dik waren (maar ach…het is vakantie).
We hadden, de eerste nacht van de vakantie, beter geslapen dan de vorige keer, toen we (vorig jaar) naar de Verenigde Staten gingen.
Rond zes uur kwam de zon op en begonnen ook de vogels vrolijk te fluiten. Tevens kwam het verkeer op gang. Zoals gezegd, we zaten op de hoek.

We gingen met de bus naar Cartago, de voormalige hoofdstad. Daar hebben we eerst gepind, wat moeilijker was dan van tevoren was bedacht (de Rabo-passen deden het niet), om vervolgens naar de Onze Lieve Vrouwe de Los Angeles Basiliek te rijden. Daar hebben we de zwarte maagd gezien. Een klein beeldje, maar met een ‘groot’ verhaal.

Op 2 augustus 1635 ging een meisje het bos in om sprokkelhout te verzamelen. Daar vond ze het beeldje, dat ze vervolgens mee naar huis nam. Ze bewaarde het beeldje in een doosje.

De volgende dag, toen ze weer hout ging sprokkelen, vond ze nogmaals eenzelfde beeldje. Ook dit beeldje nam ze mee, maar eenmaal thuisgekomen bleek het eerste beeldje weer verdwenen te zijn.

Een priester werd op de hoogte gesteld en was in eerste instantie nog wat sceptisch. Na hetzelfde ervaren te hebben, wist ook hij dat dit iets bijzonders moest zijn.

Vervolgens is de kathedraal (Basilica de Nuestra Señora de los Ängeles) gebouwd (en na een aardbeving in 1926 herbouwd) bij de rots. De rots en de bron erbij zijn nu het eindpunt voor de bedevaartgangers, die op 2 augustus soms kruipend vanuit San José komen.

Na het bezoek aan de basiliek hebben we een bezoek gebracht aan de vulkaan Irazu, op 3432 meter hoogte. Het was er bij vlagen erg mistig. Soms kostte het daarom wat meer tijd dan anders om een geschikte foto te kunnen maken.

Nadat we net uit het nationale park waren gereden, zagen we bij het dalen een coyote. Erg leuk en blijkbaar redelijk zeldzaam, in die omgeving.

Het klimaat zat in een overgangsfase, aan beide kanten van het land. In het oosten werd het winter en in het westen werd het zomer. Helaas was de regen een duidelijk teken van deze overgang, aan de oostzijde van het land. De nevel, die ons de hele dag al achtervolgde, werd later in de middag, nadat we waren ingecheckt bij Guayabo Lodge, omgezet in een regenbui.

Nog een aantal wetenswaardigheden: van de vier miljoen inwoners woont een kwart in en rond San José. De rest van de bevolking is verdeeld langs de kusten.

Slechts 1% van de mensen is inheems en ongeveer 2.000 mensen zijn Nederlands. Veel mensen zijn om verschillende redenen naar Costa Rica gekomen.

Costa Rica is niet een heel oud land (wat heet ‘oud’). Het is ooit, als gevolg van vulkanische activiteiten, ontstaan tussen Noord- en Zuid-Amerika. De natuur is er vanuit beide richtingen tezamen gekomen.

In de cultuur, waar zoals gezegd weinig inheems is, is de invloed vanuit de Verenigde Staten groot. In het straatbeeld is dit terug te zien aan de fastfoodketens, de pick-ups, de Aziatische merken (auto’s), de trucks, de wegen en bewegwijzering en de schoolbussen.









13-11-2009 ,dag 3:

Op deze dag gingen we van Turrialba naar Puerto Viejo. Maar de dag begon goed, met een gratis ontbijt.

Buiten was alles nat van de regen van de dag en avond ervoor. Op het hekwerk van het balkon hingen vele druppels en de grasvelden waren drassig. De nevel was ook weer terug, waardoor de meeste bomen niet te zien waren.

Onderweg naar Limon, de grootste havenstad (70% van de import), kwam er weer het nodige water naar beneden. Deze havenstad is niet alleen voor Costa Rica van belang. Ook Nicaragua heeft er baar bij.

Onderweg zagen we tevens veel bananen’bomen’. Bananen zijn exportproduct nummer 1. Om te zien hoe ze verpakt worden, gingen we bij een fabriek van Del Monte kijken. We zagen, naast het inpakproces, ook de manier waarop bananen groeien. Dat is van onder naar boven. Eerst komt er een stengel, dan een bloem en van daaruit de bananen, zowel mannelijke als vrouwelijke. De bloem en alle mannelijke bananen, met uitzondering van 1 banaan, worden verwijderd. Dit om de voedingsstoffen wel door de hele tros te kunnen laten blijven gaan, maar bacteriën buiten te houden.

Een bananenboom is trouwens geen boom, ook geen plant, maar onkruid. Zodra de boom is uitgegroeid en een tros bananen heeft geproduceerd, van zo’n 50 kilogram met zo’n 250 bananen, wordt deze verwijderd. Een jonge scheut is dan al zover gegroeid, dat er weer een nieuwe boom kan groeien.

De bananen worden tijdens de groei in een zak verpakt. In de zak worden chemische stoffen geblazen om schimmels en insecten geen kans te geven. Tevens zorgt de zak voor bescherming tegen weer en wind en zorgt ie voor een snellere rijping.

Binnen 20 dagen na het plukken moeten de bananen bij de klant liggen. De bananen van Del Monte worden pas geplukt op het moment, dat er een schip gereed ligt in de haven. Ze gaan een container in en worden onder stikstof vervoerd.

Uiteindelijk kwamen we aan in Puerto Viejo. We sliepen in hotel Perla Negro, in een soort van lodge. De kamer was simpel, klam en muf. Er waren twee ventilatoren. Positief was het gebruik van spaarlampen.

Enne…het was vrijdag de 13e…het regende bijna de gehele dag, maar of dat nu ongeluk was. In het hotel was in ieder geval geen kamer met nummer 13.

Nog een aantal wetenswaardigheden: in 1502 heeft Columbus 17 dagen voor de kust van Limon gelegen, bij het eilandje ‘Druifje’. Eerst zag hij, vanwege hevige mist, de kust van het vaste land niet eens liggen. Columbus heeft de naam ‘rijke kust’ bedacht. In contact met de lokale bevolking heeft hij bijvoorbeeld bamboe (uit Azië) geïntroduceerd als ruil-/betaalmiddel.

Naast bananen zijn er ook veel koffieplanten. Deze planten zijn ooit door de Nederlanders verspreid over de wereld. Koffie komt oorspronkelijk uit Ethiopië. Van daaruit hebben de Nederlanders gezorgd voor een verspreiding naar Amsterdam en Java. Amsterdam is lang een belangrijk import- en distributiekanaal geweest van koffie. Ook is er een koffieplant aan de Franse koning gegeven, die hem plantte in Guyana.

Als exportproduct komt koffie op de 4e plaats, na toerisme en industrie (bv. Firestone).











14-11-2009 ,dag 4:

Wakker worden in Puerto Viejo, wat je in het Spaans trouwens uitspreekt als Biego :. We hadden onze persoonlijke wekdienst, in de vorm van een vogel, die al vroeg op een ruit van de balkondeur ging zitten tikken. Helaas was het nog maar half zes en het ontbijt zou pas een kleine twee uur later zijn.
Tot twee maal toe hadden we geprobeerd om de vogel op de film te zetten, maar had dit geen resultaat opgeleverd.

Na het ontbijt zijn we naar de Watsi stam gereden. Deze stam is onderdeel van de Bri Bri bevolking, de oorspronkelijke bewoners voor de ontdekking van het land door Columbus. De oudste man, van de familie die we hebben bezocht, zou 109 jaar oud zijn. Dit is echter nooit in documenten vastgelegd.
De naam Watsi komt van de rivier waar ze aan wonen. De naam Bri Bri is de naam van de cultuur, het volk, de stad en de taal. In het gebied waar ze wonen, zijn zo’n 35.000 mensen geregistreerd binnen deze bevolkingsgroep, maar de verwachting is, dat er zeker zo’n 50.000 zullen zijn. Wonen in het gebied kan overigens alleen als Bri Bri of als aangetrouwde Costaricaan.

Terug naar de stam…de hele familie was bezig, met de kinderen, met het eten voorbereiden, met eten verzamelen, het bouwen of repareren van huis en materieel en met handenarbeid. Hout en vruchten werden met de hand bewerkt tot ware kunstwerkjes. Kleur werd aangebracht met behulp van natuurlijke kleurstoffen, bijvoorbeeld Kurkuma voor een gele kleur.

Sinds vijf jaar beschikte deze familie over water en elektriciteit. Tevens financiert de regering de bouw van vele kleine, standaard woningen.

Aansluitend hebben we een medicinale tuin bezocht. Dat was erg leerzaam, zo wordt onder andere de jonge cacaovrucht gebruikt tegen slangen- en muggenbeten. Er was ook een vrucht (Noni), die sinds kort erg belangrijk is geworden en die borstkanker schijnt te voorkomen. Hij stonk echter wel erg.

Na het bezoek aan de stam en de medicinale tuin stond er nog een bezoek aan een cacaohuis op het programma. Daar werd ons uitgelegd hoe cacaopasta, boter en medicijnen werden bereid. Ook vertelde Petronella over de ceremonies, die vroeger werden gehouden. Zo moest een zwangere vrouw alleen, zonder enige hulp, bevallen op de berg. De cacaoboter werd gebruikt in de navel van de pasgeborene, omringd met een bananenblad. Elke drie dagen werd dit vernieuwd totdat de navelstreng was opgedroogd.

Petronella liet ons tevens het bereide rietsuiker zien, die samen met de cacaopasta werd gebruikt om chocolade te maken.

"Kooktip": cacaoboter + suiker + melk = witte chocolade.

Na de lunch gingen we richting de kust. In het nationaal park Cahuita zijn we naar de punt van het park vervoerd met een boot. De trip was een paar kilometer. De terugtocht hebben we lopend afgelegd.

Onderweg hebben we veel regen gehad, maar wel verschillende dieren gezien: leguanen, en slang (klein, maar erg giftig) en een paar apen.

Bij terugkomst in het hotel konden we ons op gaan maken voor het verblijf in Panama. Dit betekende het verzamelen van een aantal spullen in een weekendtas.







15-11-2009 ,dag 5:

Rond half zes was de vogel er weer. De biologische klok van een vogel is zo slecht nog niet, maar wel erg vroeg afgesteld. Deze keer was het minder erg, want we moest op tijd eruit om op tijd bij de grens met Panama te kunnen zijn.

Na een rit van drie kwartier hebben we voor een paar dagen afscheid genomen van onze chauffeur. Hij ging naar huis, met de bus (openbaar vervoer wel te verstaan) en wij mochten de nodige papieren in gaan vullen en stempels laten zetten. Twee formulieren, twee stempels, voor het verlaten van het ene land en het binnengaan van het andere.

Tussendoor mochten we via een oude spoorbrug, over een brede rivier, de grens oversteken. Het gemotoriseerd verkeer maakte gebruik van dezelfde brug. Aan de andere kant, in Panama, werden we in een minibusje naar een aanlegplaats gebracht. Van daaruit ging het per watertaxi naar Bocas del Toro.

Binnen een half uur waren we op de plek van bestemming en werden we onthaald door een Nederlandse (daar woonachtig). Vanaf de aanlegplaats tot het hotel was maar een kleine 100 meter lopen. Het hotel zag er aan de buitenkant al stukken beter uit dan het voorgaande hotel. Het hotel is het voormalige kantoor van de United Fruitcompany. Het bestaat uit grote kamers, houten vloeren en authentieke details.

In de middag zijn we per watertaxi naar een (semi)privéstrand gevaren. Het was er erg rustig. Na even gezwommen te hebben, wilden we gaan rusten op een paar strandstoelen. We werden echter na een paar minuten opgegeten door vele zandvliegjes. Dat was voor ons het teken om ergens anders te gaan zitten…en snel.

Op onze nieuwe bestemming zijn we gaan snorkelen. Er waren allerlei vissen te zien in verschillende vormen en kleuren. Grote vissen hebben we niet gezien, maar dat mocht de pret niet drukken.

Dit was naar ons idee de eerste dag waarop we het echte vakantiegevoel kregen. De omgeving en het weer waren er helemaal naar.

Oh ja…en we hebben in de afgelopen paar dagen al meer frietjes op dan in de rest van het jaar.

Wetenswaardigheden:

  1. Panama heeft wel een leger. Dat werd al duidelijk bij de grensovergang;
  2. Panama kent zichtbaar armoede. Net na de grens stonden er kinderen te bedelen. Die kun je, als je al iets geeft, beter eten geven dan geld (geld kan overal eindigen);
  3. Ineens was het een uur later dan in Costa Rica;
  4. Panama was ooit een belangrijke bestemming voor Amerikanen (uit de Verenigde Staten), die op doortocht waren van de oost- naar de westkust. Vooral rond 1850, tijdens de Goldrush, was het handig om per boot naar Panama te gaan, met de trein door Panama te gaan en vervolgens met de boot weer verder;
  5. De ontwerper van het Suezkanaal heeft ooit een plan gemaakt voor het Panamakanaal, maar is gezien de complexiteit uiteindelijk toch afgehaakt;
  6. De Verenigde Staten hebben Panama ooit gekocht voor zo’n 25 miljoen dollar. Uiteindelijk is Panama weer zelfstandig geworden, maar de invloeden zijn nog goed te merken (bv. in de valuta).












16-11-2009, dag 6:

Op 16 november was het Bocas Day, de dag waarop bekend werd, dat Panama zelfstandig was geworden van de Spanjaarden.

Na een goed ontbijt zijn we naar het dorp gelopen (dat kan daar heel goed), om de eerste mensen te aanschouwen, die aan de parade mee zouden gaan doen.

Verreweg de meeste mensen, groot en klein, zagen er netjes gekleed uit. Uniformen, mantelpakjes, kostuums en kleurrijke jurken, het komt allemaal voorbij op zo’n feestelijke dag. De voorbereiding en het officiële gedeelte namen veel tijd in beslag. Rond het middaguur begon de parade om tot zeker zeven uur te duren. Ondanks het lange wachten – hoe heeft de laatste groep het ooit volgehouden? – was de stemming toen nog steeds goed.

Het weer heeft daar zeker bij geholpen, want dat was prima. De rode plekken op armen en benen waren ’s avonds dan ook te zien.

Na het avondeten zijn we naar een lokale disco geweest, met een deel van de groep. Mocht het idee bestaan, dat blanken minder gevoel voor ritme en dans hebben, dan hebben we op die avond wel het tegendeel bewezen.

17-11-2009 ,dag 7:

Al dagen circuleerde de vraag waarom het water aan de ene zijde van Panama (Grote Oceaan) en de andere zijde (Atlantische Oceaan) nou middels een kanaal en sluizen verbonden zou moeten worden. Tenslotte staan beide oceanen direct met elkaar in verbinding. Op internet hadden we gevonden, dat er juist landinwaarts een hoogteverschil van 26 meter overbrugd moet worden. De boten en schepen moeten dus, om Panama in te komen, opgetild worden. Het systeem is zo gemaakt, dat er geen pompen aan te pas komen. Alleen zwaartekracht en een natuurlijk (zoetwater)meer.
De tarieven om er doorheen te mogen varen liggen aan de hoge kant en schijnen te beginnen bij 45.000 dollar om vervolgens op te kunnen lopen tot twee ton.

In de ochtend zijn we per boot op stap gegaan. In een aparte baai in de omgeving hebben we verschillende wilde dolfijnen gezien. Ze waren wel erg lastig te fotograferen. Ze waren (meestal) te snel.

Aansluitend zijn we naar een restaurant langs een mangrove gegaan. Na een kort stop hebben we even verderop kunnen snorkelen. Er waren veel vissen en koraal te zien en in het water was het beter vertoeven dan erbuiten (de regen had ons weer gevonden).
De stroming was redelijk sterk. Dat betekende, dat we een paar keer teruggebracht werden, per boot, naar ons beginpunt.

Na anderhalf uur, wat niet meer dan een half uur leek, zijn we gaan lunchen in het restaurant. Daar hebben we een schouwspel gezien van vele grote vissen, die uit het niets lijken te komen, zodra er brood in het water beland. Niet enkele, maar wel honderden.

’s Middags hebben we de mangrove nader bekeken – er gaat een hele wereld schuil tussen de wortels – en zijn we op Red Frog Beach geweest. Daar leven kleine, giftige kikkertjes, niet groter dan een paar centimeter.

Op de terugweg hebben we nog een paar luiaards gezien.




18-11-2009 ,dag 8:

Reizen kan best vermoeiend zijn en dat bleek op deze dag. We ging vroeg met de boot terug naar het vasteland van Panama, met de bus naar de grensovergang, te voet over de spoorbrug om in Costa Rica terug te keren en met de bus verder te gaan richting de eindbestemming van de dag. Van het zuiden van Costa Rica naar een plaats ten noorden van San José, Sarapiqui.

De dag begon regenachtig en winderig en de golven waren aan de redelijk hoge kant. Het reizen in een boot leek ons toch beter af te gaan dan in het verleden. Nu hadden we nergens last van.

In de bus was het lastig om wakker te blijven. Gelukkig hebben we wel een tussenstop gemaakt, die voor een deel van de groep de mogelijkheid gaf om te gaan raften. Wij hadden even behoefte aan relaxen. Bij het raften was het weer gaan regenen, terwijl we onderweg veel zon hadden.

Het hotel zag er wel aardig uit. Allerlei huisjes, in de vorm van grote hutten, met een paar kamers. De kamers waren erg donker. Er was zowaar geen wifi (het went zo snel).


19-11-2009 ,dag 9:

Voordat we naar La Fortuna gingen, hebben we eerst een actieve ochtend gehad met een canopytour. Veertien kabels door het regenwoud en over een rivier. De langste kabel was 750 meter lang.
Er mocht per kabel telkens maar één persoon afdalen. Bij de laatste en langste kabel betekende dit, dat je voorganger niet meer dan een stipje aan de horizon was geworden, alvorens je zelf mocht gaan.
Je werd trouwens in een tuigje gehesen en kreeg een speciale handschoen voor het remmen. Remmen deed je door jezelf als het ware aan de kabel op te trekken.

In de middag, toen we in La Fortuna aankwamen, was het weer niet gelukt om te pinnen. Bij drie banken zelfs niet…en het geld begon op te raken.

La Fortuna ligt aan de voet van de Arenal-vulkaan, waar helaas niet veel van te zien was. Achter de vulkaan ligt een meer. Daar hebben we een boottocht gemaakt, die gezien het tijdstip en de invallende duisternis, niet aan te raden is (en we moesten van tevoren al reserveren).








20-11-2009 ,dag 10:

Op deze dag was het even wennen aan de temperatuur. Na een regenachtige start was daar de zon opeens weer. Dat kwam goed uit, want de excursie van deze dag bestond uit een tocht op de Rio Frio. Daar hebben we vele dieren gezien: vogels, Basilisken, kaaimannen, vleermuizen en twee soorten apen. De apen trokken in groepen door de bomen, op zoek naar eten. Gelukkig waren de brulapen niet mensenschuw, zodat fotograferen van dichtbij goed te doen was.








21-11-2009 ,dag 11:

Van de ene vulkaan naar de andere: van Arenal naar Rincon de la Vieja. Grootste verschil: het weer. Door deze tocht te maken, kwamen we aan de andere kant van het land, de Pacifische kant, de kant van de zon.
We waren de dag begonnen met een bezoek aan de lokale bakker. Die had genoeg broden en broodjes voor een uitgebreid ontbijt en verkocht daarnaast ook zuivel- en frisdrank. Het ontbijt in het hotel vonden we aan de (te) dure kant en daarom zijn we met de hele groep La Fortuna ingegaan.

Na het ontbijt hebben we een actieve wandeling gemaakt door een park, midden in de jungle, met een heleboel hangbruggen. Tussen de hangbruggen door lagen wandelpaden. Het was er redelijk druk, dus doorlopen was soms wat lastig en op de bruggen was het soms goed balanceren geblazen.

We hebben weinig dieren gezien, maar wel brulapen gehoord. Het heeft er alle schijn van, dat er meer dieren buiten de jungle aanwezig zijn, langs de weg bijvoorbeeld, dan erin. Daar hebben we namelijk, naast vele vogels, een paar Witsnuitneusberen gezien.
Eerst één (waarschijnlijk verstoten door een groep) en toen een hele groep.

Beide keren op de weg langs het meer aan de voet van de Arenal-vulkaan.

Onze tocht ging verder richting Liberia en vervolgens Rincon de la Vieja. Daar zaten we in the middle of nowhere (af en toe dekking met de GSM, maar wel gratis wifi). Op een haciënda hadden we ons onderkomen. Op deze haciënda waren tal van dieren te vinden, grot en klein: ezels, paarden, runderen en een heleboel honden (Australian Cattle dog).












22-11-2009 ,dag 12:

De dag begon met een 2,5 uur durende wandeling door een vulkanisch landschap met vele pruttelende modderpoelen en zwaveldampen. De temperatuur van de modder was zo’n 75 tot 106 graden Celsius. Je kon het daarom ook echt zien koken.
Het was op deze dag erg winderig, maar wel droog.

’s Middags gingen we naar een modderbad, in een nabijgelegen spa. Eerst tien minuten in de sauna, daarna je gehele lichaam insmeren met warme modder, de boel laten drogen, de boel weer afspoelen met (ijs)koud water, om daarna in een warm bad te stappen, gevolgd door weer 10 minuten sauna en een bezoek aan het koudebad (brrrrrrrrrrrr).
Bij terugkomst op de haciënda wilden we de laatste resten modder uit onze haren wassen…maar er was geen water. We moesten dus maar gaan wachten. We hebben dat gedaan door een spelletje Kolonisten van Catan te spelen (de dobbelversie) en door nog wat foto’s te maken van de zonsondergang.

Het was voorlopig weer even de laatste avond in Costa Rica.




23-11-2009 ,dag 13:

De reis naar Granada. Net als de overgang tussen Costa Rica en Panama, was ook de overgang tussen Costa Rica en Nicaragua erg tijdrovend. Bij de grensovergang was het erg druk. Een lange rij vrachtwagens, die we gelukkig konden passeren, gevolgd door een lange rij wachtende mensen. Daar moesten we wel aansluiten. Helaas was het belangrijker om grote bussen koel te houden, dan te denken aan gezondheid en milieu.

Eerst papieren invullen om het land uit te komen, een stempel laten zetten in je paspoort, een paar honderd meter rijden, weer een papier invullen en een stempel laten zetten. Tussendoor zijn we de grens overgelopen. We hebben afscheid genomen van onze chauffeur en kennisgemaakt met een nieuwe chauffeur.

De dagen erop hadden we nauwelijks een bus nodig, vandaar de inhuur van een tijdelijke chauffeur in het land ter plaatse.

Op weg naar Granada vielen naast de betere weg, de vele kleine vogels boven de weilanden, de grote vlakten en de vulkanen in het meer van Nicaragua op. Het meer is het op drie na grootste zoetwatermeer.

Granada is erg kleurrijk, heeft vele kerken, een koloniaal verleden (met als Leon), maar is niet erg groot. De huizen zien er wat slechter en viezer uit en de meeste bouwwerken zijn naar binnen gericht. Buiten zijn er hoge muren, binnen veelal schitterende tuinen. Het is er tevens erg warm, zo’n 34 graden. Gelukkig is de kamer voorzien van een airco. De kamer is erg luxe, want naast twee tweepersoonsbedden, losse stoelen, een koelkast, een bankje en salontafel en een platte TV, is er ook een ruime badkamer met bad aanwezig.

In de middag waren we ‘vrij’. Zo vaak was dat nog niet gebeurd en het was zeker aangenaam. Zelf op ontdekking uit en de stad verkennen.















24-11-2009 ,dag 14:

Op het ochtendprogramma stond een stadtour, met paard en wagen. We hebben en bezoek gebracht aan een oud ziekenhuis, een opslag van munitie (tevens ooit gevangenis geweest), een begraafplaats, een paar kerken en een museum.

In de middag hebben we, ook per koets, een bezoek gebracht aan het meer van Nicaragua, om vervolgens per boot een aantal eilanden af te gaan. Tijdens die tocht hebben we veel dieren gezien (met name vogels, maar ook apen).

Nog wat over Granada: het is in 1524 gesticht door de Spanjaard Cordoba (naar hem is later ook de munteenheid genoemd) en het is de oudste stad op het vasteland van Midden-Amerika.












25-11-2009 ,dag 15:

Was het een verlenging van de stadstour? Daar leek het wel even op. De dag begon met een bezoek aan het treinstation van Granada. De laatste (niet actieve) trein stond daar voor het station opgesteld.
De andere treinen waren ooit verkocht aan Chili, maar van het geld is vervolgens niets terug te zien, in ieder geval is het niet opnieuw geïnvesteerd in treinen. Het leek op de situatie als bij het ziekenhuis, dat we de dag ervoor hadden bezocht, waar een luxe hotel van gemaakt zou worden. Er was nog niets gebeurd, terwijl de datum van oplevering al voorbij was.
Net als in de tijd van William Walker, in de strijd tussen Granada en Leon, lijkt de geschiedenis zich telkens te herhalen. Een strijd waarbij alleen verliezers zijn, de Nicaraguanen zelf.
Deze rivaliteit tussen Granada en León bleef ook na het vertrek van Walker bestaan, totdat de hoofdstad van Nicaragua in 1858 bij wijze van compromis definitief gevestigd werd in Managua.

Later zijn we naar een nationaal park geweest. Daar hebben we de Masaya-vulkaan bezocht. De vulkaan bestaat uit vijf kraters. Uit één van de kraters komen zichtbaar gassen en dampen omhoog. In een nabijgelegen dorp, de wind staat vaak in dezelfde richting, is het aantal mensen met longklachten duidelijk hoger. De daken, veelal golfplaten, moeten ook vaker vervangen worden. De regen in de buurt is er erg zuur.
Onze longen zullen ondertussen, na alle gassen en dampen in de afgelopen dagen, ook wel aangetast zijn. Van de vulkanen, de vulkanische baden, uitlaatgassen en de buitenbranden.

Na het bezoek aan de vulkaan hebben we in het museum de totstandkoming van Midden-Amerika kunnen zien. Op een plaats zijn alle vulkanen te zien, die in Nicaragua aanwezig zijn. Ze liggen allemaal op één lijn en het zijn er veel.

Tijdens de lunch, aan de voet van een lagune, hebben we in de verte uitzicht op Granada.

In de middag zijn we naar een tweetal markten geweest. Een toeristische en een lokale markt. Wat ze bij de toeristische markt verkopen, hebben ze bij de lokale ook. De prijs ligt daar echter een stuk lager.

Voor ons bezoek aan een pottenbakkerij, later in de middag, hebben we nog schriften en potloden gekocht voor de kinderen, daar uit de buurt. Hoewel school gratis is, zijn de spullen dat niet.

In de pottenbakkerij hebben we een demonstratie gekregen van het gehele, arbeidsintensieve productieproces.

Een aantal wetenswaardigheden:

  1. Granada is nu de derde stad van Nicaragua;
  2. De belangrijkste inkomstenbronnen zijn: koffie, toerisme en geld (van Nicaraguanen uit het buitenland);
  3. Honkbal en boksen zijn de populaire sporten.



















26-11-2009 ,dag 16:

Een reisdag van Granada naar Samara. ’s Ochtends hebben we lekker ontbeten in een gelegenheid in de buurt van het hotel. We wilden niet voor de derde keer op rij hetzelfde ontbijt.

De reis op deze dag ging van Nicaragua terug naar Costa Rica. De reis was saai, saai, saai en de wachtrij bij de grens was lang, lang, lang.

Eenmaal aangekomen in Samara zijn we in de avonduren met een klein busje, anderhalf uur rijden, naar een speciaal strand gereden. Daar zouden, verdeeld over zo’n acht kilometer strand, zo’n 3.000 vrouwtjesschildpadden hun eitjes komen leggen, gedurende de avond en nacht.

We mochten tussen de schildpadden door lopen en het hele proces volgen. De schildpadden wegen tussen de 60 en 65 kilogram. Ze komen uit het water, kruipen over het strand, graven een kuil, leggen 80 tot 120 eitjes, vullen de kuil weer met zand, kloppen de grond aan en gaan weer terug naar zee.

Ze weten intuïtief waar de eitjes moeten komen te liggen, de locatie bepaalt het geslacht en waar reeds eitjes liggen. Mannetjes komen uit de eitjes, die verder op het strand liggen, dus verder van zee. Die eitjes liggen kouder.
Waar een schildpad geboren is, zal deze ook terugkomen om zelf eitjes te leggen.
Eén keer per maand komen ze massaal het strand op. De jongere vrouwtjes leggen 3 à 4 keer per jaar eitjes, die na ongeveer twee maanden uitkomen.

27-11-2009 ,dag 17:

Stranddag in Samara. Het einde van de reis nadert, de laatste dagen zijn aangebroken. Het is een dag zonder excursies voor ons (en het geld is bijna op).

We hebben het centrum van Samara bezocht, klein maar fijn, om in de middag lekker te hangen rond het zwembad van het hotel.

De zonsondergang was anders dan de avond ervoor. Deze avond was er een regenbui, die het hele zicht ontnam. Toch heeft ons bezoek aan het strand nog wat mooie foto’s opgeleverd.

Tegen de tijd dat het ging schemeren en we terug ging naar het hotel, kwamen we nog aapjes tegen.

’s Avonds was er een barbecue en hebben we de verjaardag van een groepslid gevierd. Na het eten werden er spelletjes georganiseerd (stoelendansen en piñata slaan) en dat leverde Peter aan pak lokale koffie op en Anneke een fles wijn (we waren niet fanatiek ofzo).
Na afloop van de spelletjes was er nog taart, erg leuk en attent, maar misschien wel iets teveel van het goede (dat wordt veel sporten na de vakantie).




28-11-2009 ,dag 18:

Van Samara naar San José. De laatste reisdag over land, voor de vlucht terug naar Nederland. Het was ruim zes uur rijden naar het hotel, waar we de eerste dag ook verbleven. We hadden weer een kamer op dezelfde hoek, nu op de eerste verdieping. De kamer was mooier en het uitzicht beter. Tevens zaten er geen tralies meer voor de ramen.

Na het inchecken hebben we nog even door San José gewandeld en gezocht naar souvenirs. San José heeft vrij veel winkels, die veel mensen aantrekken. Zeker op een zaterdag, voor de feestdagen.

Het laatste diner, met de hele groep, hebben we genuttigd aan de overzijde van het hotel. Achter een hoge muur bleek een schitterend, groot restaurant schuil te gaan. In dat opzicht leek het wel op Granada.

Later op de avond hebben we onze spullen gepakt en afscheid genomen van onze goede investering…de paraplu.





29-11-2009 ,dag 19:

…op de heen- en terugreis hebben we een tussenstop gemaakt in de VS. In New York kwamen we de president nog tegen: